Tandheelkunde

De veterinaire tandheelkunde heeft zijn plek gevonden in de diergeneeskunde! Vroeger werd er eigenlijk maar weinig aandacht besteed aan de tandheelkunde. Tegenwoordig is het belang van een gezond gebit bij uw huisdier veel duidelijker. Een gezond gebit dat functioneel en pijnvrij is, zorgt voor een prettiger leven, net als bij mensen!

De Graafschap Dierenartsen heeft een speciaal team samengesteld dat goed op elkaar ingespeeld is en de benodigde kennis en ervaring heeft om gebitsbehandelingen bij uw huisdier op deskundige wijze uit te voeren. Dierenarts Harald Salomons en paraveterinairen Edith van Petersen en Nienke Gijsbers werken op maandag- en donderdagochtend samen om honden, katten, konijnen en cavia’s van hun gebitsproblemen af te helpen.

Bij De Graafschap Dierenartsen kunt u terecht voor:

  • deskundige beoordeling van het complete gebit
  • professionele gebitsreiniging
  • het extraheren van (aangetaste) elementen
  • behandelen van afgebroken, gespleten of anders aangetaste elementen
  • dentale röntgenfoto’s
  • hulp en advies over gebitsverzorging

Mijn huisdier een gebitsprobleem?

Omdat problemen aan het gebit zich vaak sluimerend ontwikkelen en niet ineens acuut aanwezig zijn, wordt het thuis vaak moeilijk opgemerkt. Het zijn subtiele tekenen die erop kunnen duiden dat een dier last heeft van gebitsproblemen. U kunt gebitsproblemen onder andere herkennen aan:

  • Stinken uit de mond; een veel gehoorde klacht. Tandplak zit vol met bacteriën die deze onaangename geur veroorzaken.
  • Kwijlen; komt met name voor bij katten. Het wordt veroorzaakt door ontstekingen en pijn, zowel in de mondholte als in de keelholte.
  • Wrijven met de kop over de grond of met de poten langs de bek.
  • Katten houden vaak de vacht slechter bij.
  • Minder spelen; wanneer een dier pijn in de bek heeft, is een stok of balletje oppakken geen prettig gevoel.
  • Zich terugtrekken/meer slapen. Een persoon die zich niet lekker voelt, trekt zich graag even terug. Bij honden en katten is dat niet anders. Ook meer slapen (langer en meer) hoort hierbij.
  • Slecht eten. Het is een eerste levensbehoefte, een hond of kat zal dus niet snel stoppen met eten. Echter, het dier kan wel de voorkeur krijgen om aan een bepaalde zijde te eten of kan zelfs minder gaan eten. Daarnaast kan het dier een voorkeur ontwikkelen voor zachte voeding of kleine brokjes.

Veel voorkomende aandoeningen aan het gebit:

Gingivitis (tandvleesontsteking)

Tandplak is de belangrijkste oorzaak van tandvleesontsteking bij uw huisdier. Tandplak is een hardnekkig, moeilijk zichtbaar en kleverig laagje dat zich voortdurend in de mond vormt. Het bestaat voor het grootste deel uit bacteriën. Tandvleesontsteking ontstaat wanneer tandplaque de kans krijgt zich op te hopen langs de randen van het tandvlees. Op een gegeven moment wordt calcium afgezet in de tandplak, waardoor tandsteen ontstaat. Tandsteen is hard en heeft een ruw oppervlak waar tandplak weer makkelijk aan hecht. Een vicieuze cirkel.

Slechte mondhygiëne met als gevolg chronische tandvleesontsteking kan leiden tot een bacteriemie (bacteriën in de bloedsomloop) waardoor andere organen geïnfecteerd kunnen raken. Dit kan leiden tot een ontsteking van de hartkleppen (endocarditis), nierbekkenontsteking (pyelonephritis) of een leverontsteking (hepatitis).

Parodontitis (ontsteking van dieper gelegen weefsels)

Bij deze aandoeningen van de mondholte is het weefsel dat de tanden en kiezen steunt (parodontium) ontstoken, waardoor de tanden en kiezen losser in het tandvlees komen te zitten. De wortel komt bloot te liggen en er ontstaan, meestal zeer diepe openingen tussen het gebitselement en het tandvlees. Deze kunnen het dier ernstige en vooral ook pijnlijke, problemen geven. Als een bacteriële infectie eenmaal de binnenkant van de tand bereikt heeft, kan het een abces tot gevolg hebben of aantasting van de botstructuur van de kaken. Dit zal resulteren in een dier met: zwelling aan de kop en in de bek, mucopurulente afscheiding (slijmige pus), pijn en slecht eten. Soms ontstaat er zelfs een abnormale opening tussen mond en neusholte.

Teveel of tekort aan elementen

Een teveel of tekort van het aantal blijvende tanden en kiezen kan voorkomen. Het ontbreken van elementen heeft meestal nauwelijks functionele gevolgen. Een teveel aan elementen (door bijvoorbeeld een extra aanleg van een tandkiem) kan wel functionele gevolgen hebben. Door plaatsgebrek kunnen elementen scheef gaan groeien.

Persisterende melktanden

Tussen de 3e tot 7e maand wisselt bij honden en katten het melkgebit voor het blijvende gebit. Bij het wisselen van melkgebit naar het blijvende gebit kunnen problemen optreden. Normaal gesproken groeit het blijvende element uit tegen het melkelement en door druk op de wortel, lost deze op en valt eruit. Als het blijvende element net langs de melktand schampt, zal de wortel niet oplossen en zullen beide elementen blijven zitten. Kortom: het melkelement is nog aanwezig, terwijl het blijvende element al is doorgekomen. Vaak zijn het de hoektanden (bij kleine hondenrassen) die blijven staan.

Doordat de blijvende tand dan vaak de verkeerde kant op gaat groeien, kunnen problemen ontstaan zoals het niet meer kunnen sluiten van de bek. Ook kunnen hoektanden van de onderkaak in de bovenkaak gaan prikken of tegen andere elementen aankomen. Wanneer dit wordt gezien, dienen de betreffende melkelementen getrokken te worden zodat de blijvende elementen op een normale plaats en positie kunnen uitgroeien. Heeft u een pup? Dan is het van belang om het wisselen van het gebit goed in de gaten te houden. U kunt voor een controle ook maandelijks langskomen tijdens de gratis puppybegeleiding.

Malocclusie

Dit betekent dat gebitsbogen bij een gesloten bek niet correct op elkaar aansluiten. Een normaal gebit is scharend, dat betekent dat bij een gesloten bek de snijtanden van de bovenkaak net voor de snijtanden van de onderkaak moeten schuiven. Bij een bovenbijter steken de bovenste snijtanden te ver voorbij de onderste snijtanden. Bij een onderbijter is sprake wanneer de ondersnijtanden voorbij de bovensnijtanden steken. Deze aandoening komt vaker voor bij bepaalde rassen als Boxer en Engelse Buldog.

Afwijkingen gebitselementen

Ook kunnen er afwijkingen zijn in vorm en structuur van de gebitselementen. Door bijvoorbeeld trauma , slijtage, erfelijkheid of interne stoornissen tijdens de aanleg en groei van een element kunnen afwijkingen ontstaan. Ook verkleurde tanden komen regelmatig voor, dat kan vele oorzaken hebben. Het vaststellen van de oorzaak en de aard van de verkleuring kan van belang zijn om een gebitselement te kunnen behouden.

Gebitsslijtage en trauma

Met het verstrijken van de jaren, treedt slijtage op van gebitselementen als gevolg van het kauwproces. Slijtage kan ook ontstaan door het bijten op vreemde voorwerpen als stokken, stenen en het spelen met harde tennisballen (omgeven met zand). Bij jonge honden kan dit resulteren in het bloot komen te liggen van de pulpaholte met ontstekingen tot gevolg. Spel met harde voorwerpen of ongelukken in spel kunnen scheurtjes en fracturen van gebitselementen veroorzaken.

De gebitscontrole

Wanneer u thuis het gebit van uw huisdier inspecteert, let dan vooral op de hoektanden en de grote kiezen helemaal achterin de mond. Hier ontstaat het eerste en het meeste tandsteen want hier monden de speekselklieren uit. Tandsteen is te herkennen aan de bruine aanslag op de elementen. Tandvleesontsteking is te herkennen aan de roodheid van het tandvlees en bij aanraking zal het tandvlees snel gaan bloeden. Helaas is alleen tandplak niet met het blote oog te zien. Hiervoor is een speciale UV lamp nodig, hiervoor kunt u terecht op een van onze locaties. Vermoedt u een gebitsprobleem bij uw huisdier? Dan kunt u een afspraak maken bij de dierenarts. Hij of zij zal de mondholte en gebit onderzoeken en een inschatting maken van de benodigde behandeling. Het blijft een inschatting, een echt goed onderzoek kan alleen plaatsvinden onder anesthesie.

Gebitsbehandeling nodig?

Bij het vaststellen van een gebitsprobleem zal de dierenarts in overleg met u een behandelplan opstellen voor uw dier. Hiermee houdt de arts rekening met de leeftijd en de conditie van uw dier, omdat iedere tandheelkundige behandeling alleen onder anesthesie plaats kan vinden. In sommige situaties is het verstandig om eerst een pre-anesthesie onderzoek te laten uitvoeren, in de vorm van een bloedonderzoek.

Benieuwd hoe een professionele gebitsbehandeling in zijn werk gaat? Lees verder.