Submenu

Diagnostiek

Als een paard met klachten bij één van onze paardendierenartsen wordt aangeboden dan beginnen we eerst met een uitgebreid klinisch onderzoek. In combinatie met het gericht stellen van vragen komen er vaak diverse aanknopingspunten naar voren. Mocht dit echter niet voldoende zijn om een diagnose te kunnen stellen dan gaan we over tot het uitvoeren van nadere diagnostiek. Diagnostische technieken waarvoor u bij ons terecht kunt, zijn digitale röntgen, echografie, bloedonderzoek, urineonderzoek en mestonderzoek, viraal en bacteriologisch onderzoek, endoscopie, microscopisch onderzoek en pathologisch onderzoek. Mocht er meer specialistisch onderzoek gewenst zijn (denk hierbij aan CT-scan, MRI-scan of scintigrafie), dan kan uw paard doorgestuurd worden naar een van de klinieken waar wij uitstekende contacten mee onderhouden.

Diagnostische technieken waarvoor u bij ons terecht kunt:

Digitale röntgen

Het maken van röntgenfoto’s is met name van toepassing bij klachten aan het bewegingsapparaat al dan niet met prestatieproblemen tot gevolg. Hiermee kan meer bekend worden over afwijkingen aan de benige(bot) structuren van benen, voeten, rug en hals. Daarnaast wordt de röntgen diagnostiek toegepast bij het keuren van paarden. Dit kan zijn voor een aankoop, dan wel verkoopkeuring of bijvoorbeeld ten behoeve van een PROK certificaat. De afkorting PROK staat voor Project Röntgenologisch Onderzoek KWPN- merries. Verder kan röntgen diagnostiek goed ingezet worden om foto’s van het gebit, dan wel bijholtes te maken bij een verdenking van kies- of sinus problemen. Ook kan er bij sommige longaandoeningen, met name bij veulens, gebruik worden gemaakt van röntgen foto’s. De meeste foto’s worden in de röntgen ruimte van de paardenkliniek gemaakt.

Mocht het om wat voor reden dan ook niet mogelijk zijn uw paard naar de kliniek te vervoeren, dan is er de mogelijkheid om op locatie röntgenfoto’s te maken. Met de mobiele röntgenbus komen we bij u op locatie om de foto’s te maken en te beoordelen. Voor meer informatie hierover kunt u contact met ons opnemen.

Echografie

Met behulp van een echo apparaat kan meer onderzoek gedaan worden naar de “weke delen”. Dit zijn bijvoorbeeld de pezen en de banden van het bewegingsapparaat. Tevens verschaft een echo informatie over de aard van sommige onderhuidse processen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verschil tussen een abces of een bloeduitstorting. Uiteraard wordt in de gynaecologie tijdens het voortplantingsseizoen volop gebruik gemaakt van echografie. Ook bepaalde oogafwijkingen kunnen met de echo door de oogspecialist worden gediagnosticeerd. Voor het uitvoeren van een uitgebreid en kwalitatief echografisch onderzoek kunt u met uw paard terecht in onze kliniek.

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek kan gebruikt worden als screening. Dit wordt vaak toegepast als het paard volgens de eigenaar “het niet lekker doet” / prestatieproblemen vertoont, maar uit het klinisch onderzoek geen bijzonderheden naar voren komen. Soms kan er in het bloedbeeld een bepaalde aanwijzing zitten, waarmee we verder kunnen. Ook kan er gericht bloedonderzoek uitgevoerd worden als bevestiging dan wel uitsluiting van een specifieke pathologie. Dit kan zijn een specifiek orgaan, of een combinatie van orgaanafwijkingen. Bepaalde virussen kunnen ook specifiek worden aangetoond, dan wel uitgesloten. Een mooi voorbeeld van het gebruik van bloedonderzoek om een diagnose aan te tonen dan wel uit te sluiten is het onderzoek op de waarden aan ACTH hormoon bij de ziekte van Cushing, tegenwoordig PPID genoemd. PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction, de ziekte heeft als kenmerk de ontwikkeling van een overmaat aan hormonen, waaronder ACTH.

Om snel meer te weten te komen over de gezondheid van een patient, hebben we op de praktijk een bloedanalyseapparaat staan dat een snelle eerste screening kan uitvoeren. Op die manier kunnen we bij spoedgevallen of opname patiënten snel meer te weten komen over de gezondheid van de patiënt en snel een adequate behandeling instellen. De bloedafname kunnen we bij u op locatie uitvoeren. In geval er meer uitgebreide bloedonderzoeken nodig zijn zullen we het bloed naar een extern laboratorium opsturen. Het duurt dan vaak een aantal dagen voordat de uitslag bekend is.

Urineonderzoek

Hiervan wordt met name gebruik gemaakt als er een vermoeden is van nierafwijkingen, blaasontstekingen en/of blaasstenen. In ons eigen laboratorium kunnen we een volledig urineonderzoek uitvoeren, inclusief een bacteriële kweek en gevoeligheidsbepaling voor eventuele toediening van de juiste antibioticakuur. Ook kunnen we bij het vermoeden van bijvoorbeeld diabetes insipidus een dorstproef in combinatie met urineonderzoek uitvoeren. Voor het aanbieden van urine voor onderzoek is het van belang dat er een “midstream” wordt opgevangen. De eerste straal urine moet niet worden opgevangen, wacht een paar seconden en probeer dan de urine in een steriel bakje op te vangen. Voor assistentie hierbij kunt u ons altijd inschakelen.

Mestonderzoek

Dit onderzoek wordt inmiddels standaard uitgevoerd om te komen tot een voor uw paard(en) geschikt ontwormbeleid. Onbeperkte wormbestrijding ofwel blind ontwormen is met het oog op resistentie niet langer gewenst. Wanneer u mest inlevert voor mestonderzoek kunnen we naast het onderzoek op wormeieren de mest ook onderzoeken op de aanwezigheid van zand. Als er zand in de mest wordt aangetoond is het verstandig om het paard een kuur Sandclear® te geven. Met name vanaf het najaar tot en met het voorjaar, is het verstandig om dit door het voer bij te geven. De paarden die het volledige jaar door op de weide staan, lopen in deze maanden het meeste risico om zand met het gras mee op te nemen. Zandophoping kan zorgen voor koliek en diarree en leidt niet zelden tot fatale verstoppingen.

Viraal onderzoek

Bij virale aandoeningen kan er in sommige gevallen gericht onderzoek worden aangevraagd om een virus aan te tonen, dan wel uit te sluiten. U kunt hierbij denken aan klinische uitingen van Rhinopneumonie. Hierbij kan bij zowel de verkoudheidsvorm als de abortusvorm een swab worden genomen van respectievelijk neusuitvloeiing of vaginaal vocht. Ook kan er bij verwerpen een monster van de vrucht worden genomen en ingestuurd worden.

Bacteriologisch onderzoek

Bij aandoeningen waarbij een bacteriële component een rol speelt kan een monster worden genomen en op kweek worden gezet. Bijvoorbeeld bij een droesverdenking kan dit zeer nuttig zijn. Maar ook bij bijvoorbeeld gewrichtsinfecties, wondinfecties of uierontstekingen. Naast het kweken en de identificatie van de bacterie wordt er standaard een gevoeligheidsbepaling ingezet. De uitslag hiervan laat zien met welk type antibioticum de betreffende bacterie het beste kan worden bestreden.

Voor een aantal aandoeningen van bepaalde organen zijn specifieke handelingen nodig om een goed bacteriologisch monster te verkrijgen. Bij luchtwegaandoeningen waar een bacteriële component wordt vermoed wordt een transtracheale spoeling uitgevoerd. Hierbij wordt door middel van een gaatje in de luchtpijp van het paard vloeistof gewonnen en op kweek gezet.

Bij problemen met de fertiliteit kan ook gedacht worden aan een bacteriële oorzaak. Hiervoor moet dan een baarmoederswab worden afgenomen. Ook voor sommige export doeleinden of dekbevoegdheden zijn soms onderzoeken nodig gericht op het aantonen dan wel uitsluiten van een bacteriële aanwezigheid. Bijvoorbeeld CEM, besmettelijke baarmoederontsteking.

Endoscopie

Een endoscopie is een onderzoek waarbij een slangetje met een lichtbron en een camera wordt gebruikt. Bij het paard wordt dit onderzoek het meest gebruikt bij luchtwegaandoeningen. Ook wordt het steeds vaker gebruikt om in de baarmoeder te kijken bij bepaalde aandoeningen.

Luchtwegscopie

Voor dit onderzoek wordt het paard in de noodstal gezet en krijgt een klein roesje. Met name in de neusgangen en de voorste luchtwegen kunnen specifieke aandoeningen voorkomen die eenvoudig te zien zijn door middel van een scopie. Een goed voorbeeld hier is het aantonen van cornage (stembandverlamming).

Voor aandoeningen van de diepere luchtwegen kan een indicatie over de ernst worden verkregen door de kleur en de hoeveelheid slijm in de luchtpijp en neusgangen. Als er geen bacteriële component wordt verwacht en het klinische beeld meer wijst richting een allergische component, dan kan een BAL spoeling ook wel Bronchoalveolaire lavage worden uitgevoerd volgend op de scopie. Hierbij wordt door middel van een lange slang vocht in de longen gebracht en weer terug gewonnen. Dit vocht bevat bepaalde cellen die in de longen aanwezig zijn bij een chronisch longprobleem. Aan de hand van de samenstelling van dit celbeeld kunnen wij gericht een behandeling met bijbehorend management advies geven.

Microscopisch onderzoek

Huidafkrabsels/ biopten/ schimmelkweek.

Huidproblemen komen erg veel voor bij het paard. Sommige aandoeningen zijn vrij duidelijk, andere zijn moeilijker met het blote oog te diagnosticeren of lijken erg op elkaar. Niet zelden gebeurt het dat voor een huidprobleem verkeerde behandelingen worden ingezet die geen verbetering geven of de aandoening zelfs erger maken.

Met behulp van een huidafkrabsel/ haarzakjes onderzoek kunnen we een aantal huidaandoeningen aantonen, dan wel uitsluiten. Soms is hiervoor een kweek nodig, zoals bij huidschimmelinfecties. Sommige pathologische bacteriën kunnen ook met microscopisch onderzoek worden aangetoond. Voor het aantonen van mijten is een microscopisch onderzoek vaak ook erg behulpzaam. Luizen daarentegen kunnen met het blote oog worden waargenomen. Mocht een afkrabsel geen uitsluitsel geven dan kan er verder worden gekeken naar stukjes van de huid. (zie pathologisch onderzoek)

Pathologisch onderzoek

Bij het levende dier:

Bepaalde huidaandoeningen, zoals tumoren, allergieën of chronische ontstekingen kunnen worden aangetoond door middel van pathologisch onderzoek. Afhankelijk van het type aandoening en de plaats op het lichaam kunnen we een biopt afnemen. Dit kan soms met een pons biopteur, waarbij er een klein rondje huid wordt weggenomen. Een andere keer is een zogenaamd aspiratiebiopt van toepassing, waarbij we met een naald cellen uit een afwijkend stuk weefsel kunnen halen.

Bij het overleden dier:

Als een dier overleden is en de oorzaak is niet duidelijk kunt u een sectie uit laten voeren. Met name bij dieren in een koppel kan dit soms veel opheldering geven en een aanwijzing geven voor de verdere behandeling van de overige koppeldieren.

Bij zowel het levende als het overleden dier moet het materiaal opgestuurd worden naar een extern laboratorium en/of de afdeling pathologie aan de Faculteit Diergeneeskunde te Utrecht.