Wormen

Bijna alle honden dragen op een moment in hun leven parasitaire wormen bij zich, zelfs dieren die in topconditie lijken te zijn. Wormeitjes zijn niet met het blote oog waar te nemen, maar komen overal in de omgeving van uw hond voor. Wormen kunnen ziektes bij uw huisdier veroorzaken maar vormen ook een gezondheidsrisico voor de mens.

Wormsoorten:

Spoelworm

Deze komt het meeste voor. Honden kunnen zich hiermee op vier verschillende manier infecteren: via de placenta, via de moedermelk, door opname van infectieuze eieren uit de omgeving en door het opeten van tussengastheren, zoals kleine knaagdieren. Van alle dieren zijn drachtige teven en pups het meest kwetsbaar. Bij drachtige teven komen namelijk (bij iedere hond aanwezige) ingekapselde larven weer tot ontwikkeling. Deze larfjes worden vervolgens op de pups overgedragen. Na de geboorte van de pup maken de larven een trektocht door het lichaam. In de longen worden deze larven opgehoest en vervolgens doorgeslikt, waardoor deze in de darm terecht komen en daar veel eitjes gaan produceren. Deze eitjes scheiden de pups uit via de ontlasting. Symptomen ontstaan meestal in de 2e en 3e levensweek: verminderde conditie, vermageren, buikpijn en braken.

Toxocariasis

Toxocariasis is een aandoening welke mensen kunnen oplopen door de opname van eitjes met daarin een embryo van de honden of katten spoelworm. Deze eitjes bevinden zich in de omgeving. Na opname gaan de toxocara-larven bij de mens een zwerftocht maken door het lichaam. Uiteindelijk blijven ze ergens steken of gaan in rustfase. Er ontwikkelen zich dus geen volwassen wormen. De gevolgen van een infectie bij de mens zijn nogal wisselend. In sommige gevallen merk je niets en soms ontstaan griepachtige verschijnselen zoals buikpijn of jeuk. In ernstigere gevallen kunnen rondtrekkende larven organen beschadigen. Wanneer een larve in een oog terechtkomt, kan het blindheid veroorzaken. Zwervende larven in de hersenen kunnen epilepsie en reumatische verschijnselen veroorzaken. Om het risico op besmetting van mensen en dieren te minimaliseren zijn er preventieve maatregelen zoals ontwormen nodig.

Lintwormen

Lintwormen verraden zich snel. Op de ontlasting van de hond bevinden zich namelijk kleine witte stukjes, die als ze opdrogen bruiner worden (ze lijken dan op rijstkorrels). Lintwormen worden altijd via tussengastheren overgedragen, bijvoorbeeld na opname van knaagdieren, besmet vlees en vlooien. Na besmetting kunnen zij ontsteking van de darm en diarree veroorzaken, hoofdzakelijk bij jonge of ondervoede dieren. Tevens kunnen honden door irritatie van de anus met hun achterste over de grond gaan schuren.

Ontwormen

U hoeft dus niet altijd iets afwijkends aan uw hond te zien bij een wormbesmetting. Door uw hond regelmatig te ontwormen doorbreekt u de levenscyclus van wormen en vermindert u het risico dat worminfecties zich kunnen verspreiden. Europese richtlijnen (ESSCAP) adviseren het volgende behandelschema: 2,4,6 en 8 weken leeftijd, vervolgens maandelijks tot half jaar. Voor volwassen honden luidt het ontwormadvies vier keer per jaar. Bij een zichtbare besmetting, kunt u het beste de kuur na 10 dagen herhalen.

Wanneer u van plan bent te gaan reizen met uw huisdier naar het buitenland, laat dit dan geruime tijd voor vertrek aan uw dierenarts weten (ook in verband met vaccinatie tegen hondsdolheid/rabiës). De paraveterinair assistent kan voor u nagaan welke wormsoorten op plaats van bestemming een risico vormen voor uw huisdier. Voorbeelden hiervan zijn de haakworm (Ancylostoma), vossenlintworm (Echinococcus Multilocularis) en hartworm (Dirofilaria Immitis). Ook verplichten sommige landen een bewijs van de dierenarts, dat uw huisdier voorafgaand aan de reis is behandeld tegen lintworm. Voor meer informatie kom langs op een van onze locaties.

Hygiëne

Naast het regelmatig ontwormen van uw huisdier, helpen hygiënische maatregelen ook om de kans op infectie te verkleinen. Zoals het extra handen wassen na: het aaien van het dier, spelen in zandbakken en bewerken van rauw vlees. Daarnaast helpt het verwijderen van ontlasting van de hond een besmetting van de omgeving te voorkomen.