Vaccinaties

Het vaccineren van konijnen kan net als een goede voeding en gezond gebit een belangrijke bijdrage leveren aan de algemene gezondheid van een konijn. Voor cavia’s zijn geen erg besmettelijke virusziekten bekend en daarom zijn er geen vaccinaties nodig en/of beschikbaar.

Het is verstandig om konijnen jaarlijks te laten vaccineren tegen de virusziektes myxomatose en viraal haemorrhagisch syndroom type 1 (RHD1) en twee keer per jaar te vaccineren tegen RHD type 2. Er zijn voor deze virusaandoeningen geen medicijnen voorhanden en het verloop van deze ziektes is dan ook vrijwel altijd dodelijk. Door vaccinatie kan weerstand opgebouwd worden, waardoor het konijn niet of nauwelijks ziek wordt als het wordt besmet.

Laat uw konijn jaarlijks vaccineren!

Waartegen vaccineren?

Myxomatose

Myxomatose leidt ieder jaar tot aanzienlijke sterfte onder wilde en tamme konijnen. Myxomatose wordt veroorzaakt door het myxomatosevirus. De verspreiding van dit virus kan op verschillende manieren gebeuren, maar de belangrijkste is via stekende insecten. Besmetting via direct contact met besmette dieren of materialen is ook mogelijk. De incubatietijd bedraagt enkele dagen tot een week. In de huid van besmette dieren ontwikkelen zich weke bobbels (myxomen), vooral rond de ogen, snuit, oren en anaalstreek. Na verloop van tijd kleven de oogleden aan elkaar en ontstaat er een pussige oog- en neusuitvloeiing. Jonge konijnen zijn gevoeliger voor de ziekte dan volwassen dieren.

RHD type 1 en 2

Viraal haemorrhagisch syndroom of Rabbit Heammorhagic Disease is een zeer besmettelijke en vaak dodelijke konijnenziekte. RHD wordt veroorzaakt door een virus. Het virus kan zich snel verspreiden via onder andere mest, besmette dieren en materialen. Voornamelijk konijnen ouder dan tien weken worden door RHD getroffen en met name de jonge voedsters zijn erg gevoelig. De incubatietijd bedraagt één tot drie dagen.

Er zijn drie vormen te onderscheiden, namelijk:

  • De zeer snel verlopende vorm die gekarakteriseerd wordt door plotselinge dood.
  • De snel verlopende vorm waarbij de kenmerken zijn: depressie, stoppen met eten, benauwdheid, koorts (40-41,5 °C), incoördinatie, soms schreeuwen en tandenknarsen. In het laatste stadium ontstaat een schuimige, bloederige neusuitvloeiing gevolgd door de dood.
  • Milde vorm: deze vorm is zeldzaam. Het konijn herstelt en heeft vervolgens levenslange immuniteit.